dinsdag 29 maart 2016

COMMUNIQUE VAN BELGISCHE MACONNIEKE OBEDIENTIES NAAR AANLEIDING VAN DE AANSLAGEN TE BRUSSEL OP 22 MAART 2016

De Belgische maçonnieke Obediënties veroordelen de laffe aanslagen van dinsdag en bieden de nabestaanden hun oprecht medeleven aan.

We blijven ons inzetten om elke poging tot communautarisme te bestrijden. Daartoe zijn opvoeding en onderwijs nodig die getuigen van een cultuur die open staat voor het universele van de mens en die bijdraagt tot zelfstandige oordeelsvorming aan de hand van onpartijdige referenties.

De tijd dringt om aan tafel te gaan zitten om met alle betrokkenen een waarachtige opvoeding voor allen te verzekeren, de enige uitweg om iedereen een kans te geven en de jongeren toe te laten hun verantwoordelijkheid op te nemen, hun keuzes te maken en zelfstandig te denken.

Dit is de inzet van het ideaal van de Vrijmetselarij waarmee we in deze verscheurde wereld, bedreigd door individualisme, verkeerd geïnterpreteerde identiteit, het verschil kunnen maken.

We moeten vandaag samen de toenemende gevaren van het fanatisme en de intolerantie overwinnen

Wij Vrijmetselaars, willen ons ideaal van respect, luisterbereidheid en diversiteit uitdragen. Meer dan ooit heeft onze samenleving nood aan gewetensvrijheid. We moeten samen, wat ook onze achtergrond of overtuiging is, ten strijde trekken tegen onbegrip en onverdraagzaamheid en zo de krachten die haat zaaien wegwerken. Om te evolueren naar een respectvolle en diverse maatschappij moeten we samen onze verantwoordelijkheden nemen.

Het is geen utopie maar een langdurig project. Het moet een gemeenschappelijk streven zijn van ons allemaal. We zijn dat de toekomstige generaties verschuldigd.

Het Grootoosten van België
De Belgische Federatie van Le Droit Humain
De Grootloge van België
De Vrouwengrootloge van België
Lithos Confederatie van Loges

dinsdag 20 oktober 2015

Bouwstuk: Louise Michel - De Rode Maagd


Louise Michel - De Rode Maagd
Sterke persoonlijkheden spreken altijd tot de verbeelding. Sterke vrouwen misschien nog meer. Mannen zullen het niet altijd graag toegeven, maar er zijn er die wel degelijk schrik hebben van sterke vrouwen.
Ik zal u vandaag een “straffe madam” presenteren die de geschiedenis is ingegaan als “De Rode Maagd van Montmartre” hetgeen u niet letterlijk moet nemen.
Zij werd pas op latere leeftijd als VM ingewijd, maar de leuze van de verlichting “vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid” was haar hele leven lang ook haar leuze.
Men kan gerust zeggen dat ze heel haar leven de idealen van de verlichting en dus ook van de VM heeft nagestreefd.
Ik begin dit Bouwstuk met een korte biografie, vervolgens haar leven als Communarde, het proces en de verbanning om te eindigen met haar korte rol in de VM.
Als een meisje of een jonge vrouw in de 19de eeuw als dienstmeid aan de slag kon gaan in een kasteel, kon je er donder op zeggen dat ze door de kasteelheer of één van zijn zonen bezwangerd werd.
Blijkbaar behoorde dat in die tijd tot het ongeschreven functieprofiel van een dienstmeid.
Zo verging het ook Marie-Anne Michel, in dienst bij de kasteelfamilie van Etienne-Charles Demahis. Op 29 mei 1830 beviel zij van een dochter, Louise. De vader was naar hoogstwaarschijnlijkheid de zoon van de kasteelheer, Laurent Demahis.
Louise Michel werd door haar natuurlijke grootouders opgevoed als hun eigen kind en dat was haar geluk. Zij kon genieten van een vrije maar schoolse opvoeding, hetgeen in die periode enkel was voorbehouden voor de elite.
Van haar grootvader kreeg zij de boeken te lezen van Voltaire, Rousseau en de 18de-eeuwse encyclopedisten als Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert die veel hebben bijgedragen aan de Verlichting in Europa. Het revolutionaire zaad was daarmee gezaaid en zal in de rest van haar leven volledig tot bloei komen.
Na de dood van haar grootvader in 1850, werd het kasteel verkocht en moest zij samen met haar moeder een eigen onderdak vinden.
Om op eigen benen te kunnen staan volgde ze een lerarenopleiding. Na de voltooiing daarvan opende Louise Michel in 1851 een vrije privéschool in Audeloncourt, in de buurt van Chaumont. Enkele jaren later volgde een nieuwe school in Clefmont, in het zelfde departement Haut-Marne.
Louise Michel verliet in 1856 de streek van de Haut-Marne om naar Parijs te trekken waar ze in verschillende bestaande en door haar opgerichte scholen les zou geven.
Zij is steeds blijven ijveren voor een hervorming van het onderwijs en een volledig nieuwe pedagogie.
In Parijs begon ze ook poëzie te schrijven. Ze stuurde haar gedichten naar haar goede vriend Victor Hugo met wie ze een jarenlange correspondentie voerde. Haar gedichten werden ondertekend met het pseudoniem “Enjolras”, een personage uit het boek “Les Miserables” van diezelfde Victor Hugo. Enjolras is de studentenleider die een revolutie plant om daarmee de armen te helpen.
Het is eveneens in Parijs dat Louise in contact kwam met het revolutionaire milieu. Ze werd lid van “L’Union des poètes”, correspondente van enkele dagbladen van de oppositie, o.m. “Le Cri du Peuple” uitgegeven door Jules Vallès, die zich zou ontpoppen als één van de leiders van de Commune van Parijs.
Zij sluit zich ook aan bij “Le droit des femmes” voor onderwijs en beter betaalde arbeid voor vrouwen. Na een manifestatie van deze vrouwenvereniging werd zij voor het eerst gearresteerd, hetgeen het revolutionaire vuur alleen maar aanwakkerde.
Louise wordt in die periode “blanquiste”, een adept van de linkse, niet-marxistische revolutionaire beweging van Auguste Blanqui, voor wie de revolutie en het neerhalen van de bourgeoisie op zichzelf voldoende was, zonder zich te bekommeren over wat er na de revolutie moest gebeuren.
Naast haar revolutionair werk en haar zorg voor minderbedeelden gaf zij nog steeds les, en zij slaagde er in om voor haar hongerige leerlingen een soort van “cantine” in te richten.
Louise Michel als “Communarde”
De gehele geschiedenis van de Commune van Parijs belichten zou te ver leiden. Ik beperk mij dan ook tot enkele voorname gebeurtenissen en data.
De rol van Louise Michel en de VM in de Commune zal ik wel iets uitgebreider aan bod laten komen.
We schrijven 1870. Tussen Frankrijk en Pruisen woedt een oorlog om de macht in Europa die leidde tot het één gemaakte Duitsland.
Frankrijk had die oorlog dan wel verloren, in Parijs heerste vooral veel ongenoegen omdat de voorlopige Franse regering volgens de Parijzenaars veel te toegeeflijk was tegenover de Duitsers. De inwoners hadden zwaar te lijden gehad tijdens het eerste beleg van Parijs door de Duitse troepen van 18 september 1870 tot 29 januari 1971.
De politieke ontevredenheid van de Parijzenaars groeide en het was het op 17 februari van datzelfde jaar verkozen “hoofd van de uitvoerende macht van de Republiek, Adolphe Thiers” die kop van jut was voor de bevolking. Louise Michel gaf zich zelfs op als vrijwilliger om een aanslag op Thiers te plegen. Zo ver kwam het echter niet.
Louise blijft uitermate actief, zij schrijft poëzie en proza, en verschijnt regelmatig als spreker in de clubs van Montmartre waar zij zich zeer enthousiast uitlaat over de Commune.
Het blijft niet bij revolutionaire woorden alleen. Op 22 januari neemt zij voor het eerst actief deel aan de gewapende strijd met een aanval op en brandstichting in het stad huis waar de bevelhebber van de Franse troepen en tevens gouverneur van Parijs Louis Trochu zich bevond. Wanneer er uit het stadhuis op de betogers werd geschoten neemt Louise voor het eerst het geweer op.
Later, tijdens de grote slag bij het fort van Issy, toont Louise zich, als lid van het 61ste bataljon, als “de beste schutter van de slag van Issy”. Enige mythevorming zal uiteraard niet vreemd zijn aan deze uitspraak.
In de nacht van 17 op 18 maart 1971 probeerden de regeringstroepen die zich hadden teruggetrokken in Versailles, de kanonnen die in Montmartre opgesteld stonden te recupereren. In alle vroegte luidde Louise de alarmklokken. Parijs wordt wakker en weet de meeste kanonnen te behouden. Slechts een tiental vallen terug in handen van de regering. De regeringstroepen waren gevlucht en de rode vlag wapperde boven het stadhuis.
Dit is het feitelijke begin van de Commune van Parijs.
Vrouwen speelden een belangrijke rol op de barricaden, niet alleen met typisch vrouwelijke taken zoals ambulancières, ziekenverzorgsters, cantinières die eten verpakten en in kistjes naar het front brachten, maar ook aan het front zelf waren vele vrouwen actief.
Een aparte groep vormde de zgn. “pétroleuses”, door de communards “moedige leeuwinnen” genoemd, door de tegenstanders “lelijke manwijven”.
Louise Michel paste geheel niet in het plaatje dat door de legerleiding werd gemaakt van de pétroleuses. Louise had gestudeerd, was schrijfster, kon zich goed uitdrukken en speelde piano. Tegelijkertijd stond zij heel dicht bij het volk.
Deze pétroleuses verenigden zich in april 1871 in de « Union des femmes pour la défense de Paris » waarvan de statuten spreken van “aankoop van petroleum en wapens voor de strijdende burgeressen” 
De Vrijmetselaars sluiten zich aan bij de Commune van Parijs
21 april 1871; terwijl de regeringstroepen beginnen met zich te hergroeperen en strategieën uitdenken om Parijs terug te onderwerpen, nemen de Parijse Vrijmetselaars het initiatief om de wapenstilstand te bepleiten bij Adolphe Thiers.
Zij moesten echter zonder resultaat terugkeren. Enkele dagen later, de 26ste, verzamelden zij zich in het Châtelet, een kleine vesting aan de noordoever van de Seine. Indien er binnen 48 uur geen einde werd gemaakt aan de belegering en de beschieting van Parijs zouden zij hun maçonnieke vlaggen op de wallen neerplanten.
Sommige afgevaardigden van de Commune protesteerden tegen de aansluiting van deze “kleinburgerij” bij het volk. Anderzijds waren er ook reactionaire Broeders die tegen de aansluiting bij de Commune waren, maar zij konden het revolutionaire tij niet keren.
Twee vooraanstaande Broeders, Ranvier en Emile Thirifocq, trokken met een gevolg van, naar men zegt, vele duizenden, op naar het stadhuis waar ze werden ontvangen door de al eerder vernoemde Jules Vallès. Ook Vallès was een Broeder, net zoals vele andere revolutionairen, zoals de notoire anarchist Élisée Reclus die een tijdje heeft gedoceerd aan de Université Nouvelle, een afscheuring van de ULB.
Vallès stelde voor om hun vlaggen en bannieren te ruilen. Vrijmetselaars zouden de vlaggen van de Commune dragen en de leden van de Commune die van de Vrijmetselaars.
Op 29 april werd dan een gezamenlijke grote manifestatie gehouden met voorop de leden van de Commune en de Achtbare Meesters van de Werkplaatsen van Parijs, gevolgd door duizenden Broeders.
Lang heeft het allemaal niet mogen duren. Op 18 maart 1871 werd de Commune uitgeroepen, het leiderschap van de Commune was democratisch verkozen op 26 maart, en geïnstalleerd op 28 maart.
 De Commune eindigde in wat genoemd wordt: “La semaine sanglante” of “Bloedige week”, van 21 tot 28 mei. Het Franse regeringsleger maakte in die week een einde aan een nooit gezien maatschappelijk experiment.
Het laatste gevecht vond plaats op het kerkhof “Père LaChaise”. Bij de “Mur des Fédérés” werden 147 communards gefusilleerd. Die muur staat er nog steeds als een blijvende zichtbare herinnering aan de vele slachtoffers die hebben gestreden voor de Commune.
In die bloedige week werden naar schatting 30.000 mensen gedood en 40.000 gevangen genomen.
Op 24 mei wordt Louise Michel ook gevangen genomen. Eerst was haar moeder gearresteerd en men dreigde haar te fusilleren indien Louise zich niet aangaf. Louis aarzelde niet en gaf zich gewonnen. Haar moeder werd vrijgelaten. 
Het proces
Op 16 december 1871 moest Louise voor de militaire oorlogsrechtbank verschijnen wegens haar actieve deelname aan de Commune van Parijs.
Omdat Théophile Ferré, waarvoor zij een grote maar onbeantwoorde liefde koesterde, op het einde van de bloedige week werd gefusilleerd, verscheen zij voor de rechtbank in een zwarte rouwsluier.
Louise weigerde zich te verdedigen of zich te laten verdedigen. Zij verklaarde aan de rechtbank dat zij de volledige verantwoordelijkheid neemt voor haar daden. Zij daagde haar rechters uit: “U bent allemaal mannen. Als jullie geen laffe mannen zijn veroordeelt mij dan tot de dood.”
De doodstraf kreeg zij niet, maar werd zoals vele anderen veroordeeld tot deportatie naar het Franse overzeese gebied Nieuw-Caledonië. Toen het vonnis werd uitgesproken bleef zij de doodstraf eisen maar wilde toch geen beroep aantekenen. 
Deportatie
In afwachting van het vertrek naar Nieuw-Caledonië werd Louise opgesloten in de centrale gevangenis van Auberive. Daar blijft ze bijna 2 jaar.
Op 24 augustus 1873 werd ze op transport gezet naar La Rochele. Van La Rochelle ging het per boot naar Rochefort waar alle gedeporteerden werden verzameld op het schip”Virginie”.
Een van de medegedeporteerden was Nathalie Lemel, een anarchiste, feministe en militante van “L’Association internationale des tavailleurs”. Het is hoogstwaarschijnlijk dat Louise door de invloed van Nathalie Lemel zelf anarchiste geworden is.
Op het schip werd tussen de gesprekken en de discussies door “Le Temps de Cerises” gezongen, een gedicht van Jean Baptiste Clément uit 1866. Later droeg hij dit gedicht op aan een arbeidersvrouw, ook Louise genaamd, en waar verder niets van bekend is, die hij op zondag 28 mei had gezien op de barricaden om gewonden te verzorgen en weg te voeren. Louise Michel heeft in haar boek “La Commune Histoire et souvenirs” uit 1898 gesteld dat zij zeker niet die Louis is.
Op Nieuw-Caledonië bleef Louise niet stil zitten. Zij organiseerde onderwijs voor de plaatselijke analfabete bevolking.
Zij toonde veel interesse voor de plaatselijke Kanaka-cultuur. Zij stelde een vocabularium op, leerde de taal, de liederen, de legenden en de rituelen en noteerde alles om later te publiceren in het boek « Légendes et chansons de gestes canaques ».
De verbanning was in feite geen straf voor Louise Michel. Zij was graag op Nieuw-Caledonië en maakte zich daar zeer nuttig.
Triomfantelijke terugkeer
In 1880 verleende de regering algemene amnestie aan de veroordeelde en verbannen communards.
Op 9 november 1880 zette Louis Michel opnieuw voet in Parijs. Aan het station Saint Lazare werd zij triomfantelijk verwelkomd door een massa van 10.000.
Zij zette onmiddellijk haar activisme verder en gaf in het hele land lezingen, publiceerde tal van artikelen en pamfletten met haar sociaalrevolutionaire en anarchistische ideeën.
Tijdens een lezing in de zaal van het Élisée in Le Havre op 22 januari 1888 werd een aanslag op haar gepleegd. Zij werd geraakt aan het oor, maar herstelde snel.
Zij nam dikwijls deel aan demonstraties en acties en werd dan ook herhaaldelijk gearresteerd.
Omdat zij een betoging had geleid op 9 maart 1883 werd ze veroordeeld tot zes jaar gevangenis. In december 1884 kreeg ze toestemming om haar moeder te bezoeken aan haar sterfbed. Haar moeder stierf op 3 januari 1885.
Louise werd een jaar later vrijgelaten.
Gedurende de volgende vijf jaar verdeelde zij haar tijd tussen het organiseren van manifestaties en gevangenzitten.
In 1890 verhuisde zij naar Londen. Van dan af reisde ze veel tussen Parijs en Londen, maar bezocht ook geestesgenoten in Nederland en België.
Louise Michel als vrijmetselaar
Het verbaast me niet dat er niet veel is geschreven over Louise Michel als vrijmetselaar. Daarvoor is zij te laat in haar leven ingewijd.
Op 20 juli 1904 werd Louise Michel op voordracht van Madeleine Pelletier uitgenodigd als gast in de werkplaats “Fraternité Universelle”. Niet lang daarna, op 13 september, werd Louise ingewijd bij de loge “La Philosophie sociale”.
Madeleine Pelletier was een fervente en militante feministe en de eerste Franse vrouwelijke dokter gespecialiseerd in de psychiatrie.
Beide loges behoorden tot de nu niet meer bestaande obediëntie “Grande Loge symbolique écossaise Mixte en Maintenue”. De loge nr. 13, “Les Libres Penseurs”, van deze obediëntie is beter bekend. In die werkplaats werd niemand minder dan Maria Deraimes ingewijd op 14 januari 1882.  Deze obediëntie zag het licht op 12 juli 1880 toen 12 loges van de "Suprême Conseil de France" zich afsplitsten. Zij huldigde het principe van "Een vrije Vrijmetselarij in een vrije loge".  De dag na haar inwijding leverde Louise al haar eerste Bwstk. af in de loge “Diderot” van dezelfde obediëntie met de titel: “La femme et la franc-maçonnerie”. Zij opende haar betoog als volgt: « Il y a longtemps que j'aurais été des vôtres si j'eusse connu l'existence de loges mixtes, mais je croyais que, pour entrer dans un milieu maçonnique, il fallait être un homme »  Eindigen deed ze met een toch wel merkwaardige uitspraak: "Il appartient aux maçons et aux maçonnes de créer la religion nouvelle, la religion sans dieu et sans dogmes".  Nu zou deze uitspraak en vooral de verwijzing naar religie, menig wenkbrauw doen fronsen. Begin 20ste eeuw was de vrijmetselarij nog niet zo adogmatisch als nu, vandaar dat het betoog van Louise Michel in die eerste adogmatische obediëntie op veel bijval kon rekenen.
Korte conclusie
Ingewijd op 74-jarige leeftijd scheen het dat zij het zich betreurde dat zij zo laat in de vrijmetselarij is gestapt. Er moet toch een rare kronkel in de geschiedschrijving zijn geslopen. Ik vind het heel raar en kan het nauwelijks bevatten dat Louise Michel, die toch heel veel maçons heeft gekend altijd heeft gedacht dat zij er als vrouw geen plaats in zou hebben, te meer daar zij Maria Deraimes goed gekend heeft.  Samen met Deraimes was zij een voorvechtster van vrouwenrechten en de educatie van jonge meisjes.  Samen waren zij de oprichters van "L'association pour le droits de femmes." Ik zei het al in de aanhef van dit Bwstk. Louise Michel was een straffe madam die steeds trouw is gebleven aan haar idealen: Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid en sociale rechtvaardigheid. Zij besefte maar al te goed welk geluk zij heeft gehad een degelijke en vooral vrije opvoeding te hebben genoten. Zij wilde echter niet tot de elite behoren, haar plaats was dicht bij het volk.  Louise Michel overleed na een leven van strijd, in Marseille op 9 januari 1905 ten gevolge van een longontsteking en werd op 22 januari begraven op het kerkhof van Levallois-Peret dicht bij haar vriend Théophile Ferré, zoals zij het wenste.  De begrafenis werd door duizenden gevolgd.  Sinds enkele jaren vindt er aan haar graf op 1 mei een herdenking plaats georganiseerd door de Vrouwengrootloge van Frankrijk. Ook op andere plaatsen in Frankrijk zoals Marseille wordt zij jaarlijks herdacht. Vele straten en pleinen dragen intussen haar naam.  Ik eindig dit Bwstk. met een citaat van Louise Michel."Macht maakt je harteloos, egoïstisch en wreed, onderworpenheid verlaagt de mens; de Anarchie zal het einde zijn van al die verschrikkingen waarin het menselijk ras altijd zijn wortels heeft gehad."

vrijdag 16 oktober 2015

Verklaring van de Europese Obediënties betreffende het vluchtelingendrama.

De Europese Obediënties hebben een gezamenlijke verklaring verspreid naar aanleiding van het vluchtelingendrama.

Hieronder kunt u de integrale tekst van deze verklaring lezen.



Verklaring van de Europese Obediënties

De Europese maçonnieke obediënties zijn verontrust door de tragedie van de migranten op vlucht uit hun land dat door oorlog en ellende wordt geteisterd. Zij doen daarom een oproep aan de regeringen van de Europese Unie om werk te maken van een gemeenschappelijk beleid, onontbeerlijk voor een warme en waardige ontvangst van groepen mensen die in nood en in gevaar verkeren. Het onvermogen van staten om hun nationaal egoïsme te overstijgen is een nieuw signaal van een ziek Europa waar het ‘ieder voor zich’ het haalt op het algemeen belang. 

De Europese maçonnieke obediënties herinneren eraan dat de eerbiediging van de mensenrechten  en van het principe van de menselijke waardigheid deel uitmaken van  de grondbeginselen van de Europese opbouw. De solidariteit tussen de landen wordt op basis van deze principes opgebouwd. In het licht van de ingrijpende veranderingen in vele gebieden van de wereld is solidariteit nu meer dan ooit nodig.

Zonder terug te willen komen op de geschiedenis van een continent dat door talrijke migraties tot stand is gekomen, moeten de huidige drama’s ons aanzetten tot bewustwording en inspireren tot een innovatief ontvangstbeleid.  Zo niet zal Europa op termijn het schouwtoneel van verdeeldheid en conflicten worden waardoor volkeren opnieuw in de ellende zullen worden gestort. Hierdoor zullen  nationalistische reflexen nog meer opflakkeren. 

De huidige tragedie dient zich aan als mogelijke smeltkroes waarin de Europese droom herboren kan worden en herleven.  De maçonnieke obediënties die deze oproep ondertekenen, wachten nu op daden waarin de Europese basisbeginselen solidariteit en broederlijkheid op een juiste wijze worden vertolkt. 

Ondertekenende Obediënties :

Grootoosten van Frankrijk
Vrouwengrootloge van Frankrijk
Grootloge van Frankrijk
Franse Federatie van de Droit Humain
Gemengde Grootloge van Frankrijk
Universele Gemengde Grootloge 
Ordre Initiatique Traditionnel de l’Art Royal
G.L.I.S.R.U.                                                                                                                                                                                                                                                        Liberale Grootloge van Oostenrijk
Grootoosten van België
Grootloge van België
Vrouwengrootloge van België
Belgische Federatie van de Droit Humain
Lithos Confederatie van Loges                                                                                                         

Grootloge van Kroatië
Spaanse Federatie van de Droit Humain
Gemengde Internationale Vrijmetselaarsorde Delphi (Griekenland)

Doorluchtig Grootoosten van Griekenland
Grootoosten van Ierland
Grootloge van Italië
Grootoosten van Luxemburg
Grootoosten van Polen
Symbolische Grootloge van Portugal
Grand Oriente Lusitano (Portugal)
Vrouwengrootloge van Roemenië
Grootoosten van Zwitserland
Vrouwengrootloge van Turkije

Europese Adogmatische Associatie (Polen, Hongarije, Roemenië, Slovenië)

 

dinsdag 13 januari 2015

Charlie Hebdo - 2 Persmededelingen

De  Belgische Confederatie Lithos CL en de gezamenlijke obediënties in Frankrijk publiceerden ook een persmededeling naar aanleiding van de gruwelijke aanslagen op Charlie Hebdo.

Lithos CL

Lithos CL, confederatie van autonome maçonnieke loges heeft de vooruitgang van de mensheid als haar belangrijkste doel. Daarom verdedigt ze met kracht de fundamentele vrijheden waaronder de vrije meningsuiting en verwerpt ze elke vorm van fanatisme en fundamentalisme.
De confederatie Lithos CL veroordeelt dan ook met klem de barbaarse aanslag op de redactie van het blad Charlie Hebdo woensdag in Parijs. Wij zijn in gedachten met de vrouwen en mannen die het slachtoffer zijn geworden van deze gruweldaad en bieden onze deelneming aan hun families aan.
Hun dood versterkt meer dan ooit ons streven naar meer Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid.

 
 
COMMUNIQUE DE PRESSE


Une attaque contre les principes fondamentaux de la République


Les obédiences maçonniques signataires condamnent avec la plus extrême vigueur l’horrible attentat commis, ce jour, contre le Journal Charlie Hebdo.

Les auteurs de ces crimes lâches et barbares ont commis l’impensable contre la démocratie, contre les valeurs de la république française et contre la laïcité qui en est l’un des fondements.

Les francs-maçons et les francs-maçonnes rappellent leur indéfectible attachement et leur engagement à défendre, en toutes circonstances, la liberté d’expression, en particulier la liberté de la presse et la liberté absolue de conscience.

Nos amis de Charlie Hebdo sont morts parce qu’ils étaient des consciences libres,

parce qu’ils croyaient en la grandeur de la conscience humaine, parce qu’ils étaient sans peur pour défendre leurs idées.

Nous leur devons de prouver que leurs combats, pour les valeurs que nous partageons, seront poursuivis avec la même détermination


Grand Orient de France
Grande Loge de France
Fédération Française du Droit Humain
Grande Loge Féminine de France
Grande Loge Traditionnelle et Symbolique Opéra
Grande Loge Mixte de France
Grande Loge Mixte Universelle
Ordre initiatique et Traditionnel de l’Art Royal
Grande Loge des Cultures et de la Spiritualité
Grande Loge de l’Alliance Maçonnique Française

maandag 12 januari 2015

Vrijmetselarij veroordeelt aanslag Parijs

De wereld is nog maar eens in de ban van terrorisme.

Na de bloedige aanslagen in Parijs liepen de straten vol met een duidelijk NEEN tegen terrorisme en een even duidelijk JA voor vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.

Nu de basiswaarden van de vrijmetselarij in het gedrang komen kon een maçonnieke reactie niet uitblijven.

Naar mijn mening mag de vrijmetselarij in het algemeen meer naar buiten treden en zich mengen in maatschappelijke kwesties. Maar wie ben ik?

Hieronder staan twee persmededelingen, een van de gezamenlijke obediënties en een van de A:.L:. Bevrijding in Gent.


Persmededeling

De tragedie van Charlie Hebdo

Steun aan de persvrijheid. 
Aan de vrije meningsuiting

Aan de vrijheid van denken en de gewetensvrijheid

De Persvrijheid vormt een van de pijlers van de democratie.
De ondertekenende Belgische maçonnieke Obediënties veroordelen met de grootste klem de gruwelijke aanslag tegen het blad Charlie Hebdo.
Een vrije maatschappij die openstaat voor allen, kan niet gebouwd worden zonder aan de burgers de vrijheid van meningsuiting, gedachten en geweten te waarborgen.
Wij betuigen onze solidariteit met allen die gestreden hebben, strijden en zullen strijden, jammer genoeg soms met gevaar voor hun leven, voor deze universele fundamentele waarden die ons dierbaar zijn.

Wij bieden de families van de slachtoffers onze steun aan.

Het Grootoosten van België

De Belgische federatie van de Droit-Humain 

De Grootloge van België

De Vrouwengrootloge van België

Brussel, 8 januari 2015 






PERSBERICHT

 

De Gentse vrijmetselaarsloge Bevrijding, die behoort tot het Grootoosten van België, veroordeelt met klem de recente aanslag in Parijs, waarbij bijna de volledige redactie van het satirische blad Charly Hebdo vermoedelijk door Moslimextremisten wed vermoord.

 

Wij willen als Vrijmetselaars deze brutale moorddadige aanslag tegen de mensheid en de vrije meningsuiting scherp veroordelen. Ook de overkoepelende organisaties van onze Franse Broeders en Zusters hebben reeds een dergelijke verklaring via de pers naar buiten gebracht. Wij steunen hen in hun verbijstering, verontwaardiging en verdriet. Onze gedachten gaan vooral uit naar de broeders en zusters van de Loge Combats in Paris, met wie wij nauwe banden hebben.

 

Vrijheid, Gelijkheid, en Broederlijkheid zijn onaantastbare rechten voor alle mannen én vrouwen van deze wereld. Elke discriminatie op basis van overtuiging, ras of geslacht is ontoelaatbaar.

 

Wij zullen de slachtoffers van deze gruwelijke daad uit respect en solidariteit op passende wijze tijdens onze werkzaamheden gedenken.

woensdag 1 oktober 2014

Korte impressie over Boekvoorstelling “De Paradox van Vrijmetselarij”

Gisterenavond (30/09/2014) heb ik de boekvoorstelling “De Paradox van vrijmetselarij” van Jimmy Koppen bijgewoond.

Er kwam heel wat schoon volk opdagen waaronder één van mijn Peters, B Wim R.

De historicus en profaan Jimmy Koppen is intussen welbekend in vrijmetselaarsmiddens. Hij heeft dan ook al tal van publicaties op zijn naam staan.

Hij werk momenteel aan zijn doctoraatsthesis die hij binnenkort zal afwerken, zo vertelde hij mij na mijn vraag hoever hij stond met zijn scriptie.

Zijn nieuwe boek gaat over tegenstellingen en uitdagingen binnen de verschillende obediënties en federaties.

Ik heb het boek nog niet gelezen, dus over de inhoud kan ik nog niets zeggen.

Over de voorstelling van het boek kan ik wel kort iets kwijt.

De inleiding werd verzorgd door Z Tessa V., en was het beste van de hele avond.

Jimmy Koppen werd nadien geïnterviewd door Knack-journalist Walter Pauli, net als Koppen profaan.

Tot tweemaal toe verkondigde Pauli dat hij katholiek was opgevoed, aan de KUL heeft gestudeerd en dat zijn kinderen op school godsdienst volgen en niet zedenleer. Hij vroeg zich af of dat een bezwaar was om toe te treden en bij welke obediëntie.

Koppen antwoordde dat dit vooral in sommige werkplaatsen van DH een probleem vormt. Quod erat demonstrandum.

Uiteraard kwam de vrouwenkwestie aan bod.

Kortom, ik heb veel clichés gehoord en ook af en toe mijn wenkbrauwen gefronst, wat ik ook zag bij sommige dames rondom mij als het ging over de vrouwenkwestie.

Ik kan besluiten dat het een leerrijke avond is geweest, al was het maar om twee profanen te horen spreken over vrijmetselarij.

Koppen krijgt naar eigen zeggen nogal eens een opmerking over het feit dat hij een profaan is die over vrijmetselarij schrijft en dat daar vraagtekens bij plaatst. Hij pareert dat, naam mijn gevoel, met een flauw argument dat je ook niet WOII moet hebben meegemaakt om er over te schrijven.

Ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat de schrijver, ook al is hij een uitmuntend historicus en heeft hij een goede pen, toch iets mist, iets essentieels, iets gevoelsmatig.

Wat Walter Pauli betreft, die had ik eerlijk gezegd toch wat hoger ingeschat dan dat hij zijn vragen vooral heeft opgebouwd rond aloude clichés.
 

dinsdag 22 juli 2014

Bouwstuk: De Vrijmetselarij in voormalig Belgisch-Congo

Inleiding en methode

Ik heb dit onderwerp gekozen omdat geschiedenis mij in het algemeen interesseert, maar ook een beetje omdat, en ik citeer hierbij professoremeritus Els Witte; “de vrijmetselarij in Congo onontgonnen terrein is”.

Congo heeft me eigenlijk al van jongsbeen af geïnteresseerd. De moord op Lumumba, waar ik in mijn indrukken na een jaar gezel al op gewezen heb, heeft mij al op zeer jonge leeftijd geïntrigeerd.

Het is dan ook een logische voortzetting van deze interesse om de Vrijmetselarij in Belgisch-Congo te belichten in een bouwstuk.

Het is uiteraard niet mogelijk om in het korte bestek van een bouwstuk een volledig beeld van de Vrijmetselarij in Belgisch-Congo weer te geven.

Toch zal ik trachten de voornaamste en meest in het oog springende elementen van dit onderwerp te beschrijven, waarbij ik niet chronologisch te werk ga, eerder thematisch. De elementen en gebeurtenissen die ik beschrijf kunnen meerdere tijdsperiodes omvatten.

Een groot deel zal gaan over de tegenkantingen en de moeilijkheden die de Vrijmetselaars overzee ondervonden.

Op het einde zal ik het heel summier en enkel ter aanvulling hebben over de Vrijmetselarij na de onafhankelijkheid.

Tot slot geef ik u mijn algemene en Maçonnieke conclusies.

Ik dank Broeder Frank L. voor de informatie die hij mij bezorgd heeft.

Mijn dank gaat ook uit naar Zuster Dominique C.om mij te verwijzen naar Histoire de la Fédération Belge du Droit Humain, een driedelige uitgave welke onze eigen Broeder Ivo mij ter beschikking wilde stellen, maar die jammerlijk genoeg niet terug te vinden is in onze bibliotheek.

Verder is het internet mij weeral gunstig gezind geweest. Erg veel is er niet te vinden over dit onderwerp, maar toch voldoende om mij een algemeen beeld te vormen.

Maar nu ter zake.

Het moeilijke begin

De eerste loge op het Afrikaanse continent werd opgericht door het GOF (Groot-Oosten van Frankrijk) in 1781 te Saint-Louis in Senegal.

Het is maar liefst 128 jaar later dat de eerste lichten werden ontstoken in een werkplaats in Belgisch-Congo, in het jaar 1909.

Op 14 november 1909 werd in Stanleystad, het huidige Kisangani, de A L “L’Ere Nouvelle” opgericht en ingeschreven op het Tableau van het GOB onder het nummer 21.

Toeval of niet, een jaar later werd de Belgische Antivrijmetselaarsbond opgericht. Deze bond komt later nog ter sprake.

Deze eerste loge kwam er pas nadat Congo-Vrijstaat, lang de persoonlijke eigendom van koning Leopold II, op 18 oktober 1908 onder internationale druk door deze koning met de karakteristieke baard werd overgedragen aan de Belgische staat en Belgisch-Congo werd.

De idee van kolonialisme strookte niet met het gedachtegoed van het liberalisme dat eind 19e eeuw de boventoon voerde in Europa. Ook de eerste Belgische grondwet was zeer liberaal en kende zijn oorsprong onder meer in de Franse grondwetten, onder andere deze van 1793 die op haar beurt geënt was op de Verklaring van de rechten van de mens en de burger van 26 augustus 1789 en de twee jaar oudere grondwet van 1791.

Beide teksten berustten op de denkbeelden van de verlichting. Men kan zich dan ook indenken dat niet iedereen het Belgisch kolonialisme met open armen ontving. Dat was zeker het geval voor de vrijmetselarij.

Dat het beoefenen van de Koninklijke Kunst in Belgisch-Congo niet eenvoudig was werd reeds twee jaar na het ontsteken van de eerste Maçonnieke lichten bevestigd. De toenmalige grootmeester van het GOB, Broeder Fernand Cocq bracht in november 1911 verslag uit over de moeilijkheden die de Broeders ondervonden vanuit klerikale hoek. Daarover zo dadelijk meer.

Een jaar later werd er een tweede werkplaats opgericht, de A L Labor et Libertas, ditmaal in Elisabethstad het huidige Lubumbashi.

Net zoals L'Ere Nouvelle, kwam ook deze werkplaats in het vizier van de missies en de klerikale machten.

Het waren slechts enkele tientallen Broeders die de Vrijmetselarij in Belgisch-Congo vertegenwoordigden en zij waren meestal niet bij machte om hun Maçonnieke arbeid naar behoren te verrichten. De verspreiding over een immens groot gebied was daar uiteraard niet vreemd aan.

Velen werkte in de luwte wegens vijandigheid welke ze ondervinden van religieuze groeperingen. Ook de Belgische administratie werkte tegen, zelfs in die mate dat sommige broeders werden verplaatst naar afgelegen gebieden zodat ze ver van hun loge verwijderd waren en hun Maçonnieke werktuigen moeilijk konden hanteren.

Dit bleef lang het geval, ook tijdens de jaren van het interbellum.

De enkele loges die er waren moesten soms noodgedwongen voor lang tijd hun lichten doven.

Tegenwerking en verdachtmakingen

Vanaf de oprichting van de eerste loge tot aan de tweede wereldoorlog werd er niets aan het toeval overgelaten om de Vrijmetselarij in een slecht daglicht te plaatsen. Dit was niet alleen zo in België, maar ook in de Kolonie.

Reeds vóór het uitbreken van de eerste wereldoorlog beschuldigde de Antivrijmetselaarsbond de Vrijmetselarij ervan een hinder te zijn voor het beschavingswerk van de katholieke missionarissen. De heimelijke bedoeling van de Vrijmetselarij zou er volgens deze bond in bestaan om de missies uit Congo te bannen.

De Antivrijmetselaarsbond zag altijd en overal de geheimzinnige hand van de Maçonnerie. Deze ultramontaanse groupuscule was trouwens een kort leven beschoren, in tegenstelling tot de universele Vrijmetselarij die steeds heeft stand gehouden. Hij bleef slechts vier jaar bestaan.

De Antivrijmetselaarsbond was een uitvloeisel van het Katholiek Congres dat plaats vond in Mechelen van 23 tot 26 september 1909. Een zekere graaf Maximiliaan de Renesse-Breidbach, onbekend tot dan toe, hield een redevoering waarin hij de Vrijmetselarij als De Grote Vijand bestempelde. Hij stelde vast dat na vele jaren van katholiek bestuur, de sleutelposities in de openbare besturen, leger, pers, onderwijs en administratie, door Vrijmetselaars werden ingenomen.

Hij was dan ook van oordeel dat de katholieke congressisten "op alle manieren de mortelbroeders [moesten] bestrijden, hunne handelingen met de stem der drukpers openbaar maken en hunne namen te doen kennen." De redevoering van de Renesse-Breidbach kende gevolg en de Antimaçonnieke Liga werd opgericht met de Renesse-Breidbach als voorzitter.

Valentin Brifaut, de secretaris van de Antivrijmetselaarsbond, speelde een grote rol in de hetze tegen de Vrijmetselaars. Hij bemachtigde een brief van de hoge militaire ambtenaar, Broeder Émile Wangermée, Gouverneur van Belgisch-Congo van 4 september 1896 tot 21 december 1900 en algemeen beschouwd als de stichter van Elisabethstad, waarin deze laatste inlichtingen verstrekte aan Broeder Emile Vandervelde, bekend als de opsteller van het Charter van Quaregnon, oud-voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij en bezieler van het algemeen stemrecht.

Broeder Wangermée, die een intense briefwisseling voerde met Vandervelde, maakte in die bewuste brief melding van de bestraffing van een van wacht zijnde inlandse sergeant die de inboorlingen had verboden op de tamtam te spelen en voor de nieuwe maan te dansen. Broeder Wangermée riep ’s anderendaags het voltallig personeel samen en stelde dat de sergeant ongelijk had omdat de tamtam ter ere van de maan een godsdienst is, en dat iedereen vrij is om te geloven in wat hij wil. “De tamtam heeft evenveel waarden als het Baba Yango Mama Yango iko ko mabingo” (Onze vader, onze moeder die in de hemelen zijt).

Een ander document dat reeds dateerde uit 1900, voedde de kritiek.
Het betrof een rapport, van de hand van Broeder Alexis Sluys over het nut om in Congo Loges op te richten, geschreven na een studiereis ter plaatse.

Hierin klaagde onze Broeder de noodlottige invloed aan van het katholicisme op de plaatselijke bevolking. Hij stelde dat “de katholieke godsdienst even zinloos is als het ruwe geloof van de negers”.

Broeder Sluys had ook kritiek op de handelsmaatschappijen welke hij van uitbuiting beschuldigde.

Dat voormelde brief en het rapport gefundenes Fressen was voor de tegenstanders van de Maçonnerie behoeft geen betoog.

De tegenpartij onthield dan ook vooral de kritiek op de geestelijkheid.

De ideologische tegenstellingen tussen katholieken en Vrijmetselaars kregen soms hun beslag in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en bleven zwaar wegen op het Afrikabeleid.

Hierover schreef Guido Peeters in "België - een verhaal over land en volk", " De liberalen vreesden dat de katholieken het heilloze klerikalisme over de wereld zouden verspreiden, terwijl de katholieken [...] overal vrijmetselaars en atheïsten aan het werk meenden te zien."

Er waren echte niet enkel antiklerikale geluiden te horen. De agnostische Vrijmetselaar Louis Franck bijvoorbeeld poneerde dat "voor een morele opvoeding men vooral moest rekenen op de evangelisatie van het land."

Intussen waren er nog altijd slechts twee werkplaatsen in Congo die met moeite stand hielden en na enkele jaren van tegenwerking en intimidaties voor lange tijd hun werkzaamheden moesten staken. De lichten werden dan ook noodgedwongen gedoofd.

Dat er geen enkele autochtone Congolees bij een werkplaats aanklopte had er uiteraard mee te maken dat zij slechts basisonderwijs kregen. De tijd dat Congolezen aan Belgische universiteiten konden en mochten studeren was nog heel ver weg. De eerste universiteit op Congolese bodem opende pas de deuren in Kimwenza bij Leopoldstad, het huidige Kinshasa, in het jaar 1954, met name de katholieke universiteit Lovanium. De tweede, officiële universiteit werd in 1956 in Elisabethstad (Lubumbashi) opgericht. Deze oprichting, alsook de invoering van het officieel secundair onderwijs voor de inlandse bevolking in 1954, was vooral het werk van Broeder Auguste Buisseret, minister van koloniën van 1954 tot 1958. Hij werd ook de architect van de dekolonisatie van Congo genoemd.

België heeft tijdens de gehele koloniale periode 29 ministers van koloniën gekend. 23 ervan waren katholieken, slechts 6 niet-katholieken. Van die 6 waren er twee vrijmetselaars, de reeds vernoemde Auguste Buisseret en voordien Broeder Robert Godding, van 1946 tot 1947. Beiden waren liberale politici. Beiden trachtten het monopolie van het katholiek onderwijs in Belgisch-Congo te doorbreken.

Dat de katholieken en de missionarissen hiertegen fel in verweer gingen getuigt deze slogan die uitging van L'association d'ancien élèves des Pères et Frères chrétiens: "Ecole Laïque = Ecole des enfants du diable qui refusent Dieu."

De medestanders van Broeder Buisseret groepeerden zich in de associatie Les amis de l'enseignement Laïc die onder leiding stond van een van de eerste Congolese vrijmetselaars, Sylvestre Mundigayi. De bekende Patrice Lumumba en Moïse Tshombe waren ook aangesloten bij deze associatie. Zij kwamen op de proppen met een tegenslogan: "Ecole Laïque = Ecole de la liberté de conscience.".

Nog een reden om geen inlanders toe te laten was de voorwaarde dat een Vrijmetselaar een vrij man moet zijn. (voor vrouwen was er al helemaal geen plaats) Congolezen waren alles behalve vrij, dus in dat opzicht was het al onmogelijk om geïnitieerd te worden.

Er was, vooral in de beginperiode, ook een praktische moeilijkheid voor Congolezen om toe te treden. Probeer maar "in orde" te staan met afgekapte handen.

De Vrijmetselarij is na WO II in bescheiden opmars, maar het wantrouwen blijft

Na de tweede wereldoorlog kwam er schot in de Vrijmetselaarszaak.

Meerdere loges werden opgericht of heropgericht.

Maar toch bleef het aantal beperkt. Het GOB leverde het gros van de werkplaatsen. De GLB en de DH bleven achterop hinken. Over onze federatie valt dan ook weinig te melden.

In 1958 werd in Leopoldstad een DH-werkplaats opgericht, waarvan ik u de naam schuldig moet blijven. Deze Loge verdween al in 1960. De onafhankelijkheid en de daarmee gepaard gaande onlusten zullen daar niet vreemd aan zijn geweest.

In 1967 werden de lichten ontstoken van de A L Nyota in Elisabethstad, Lubumbashi. Deze Loge werd door Parijs aanvaard op 2 februari 1970.

In 1957 klopte de eerste Congolese profaan aan bij L'Ere Nouvelle; Johnny Adolf, zoon van een Duitse vader en een Congolese moeder.

De Broeders van deze loge zaten er mee verveeld. Uiteindelijk werd besloten de kandidaat af te wijzen en dit wegens, en ik citeer: "alhoewel geëvolueerd, [is er] een zekere blijvende gebondenheid van hun (bedoeld wordt de "inboorlingen") persoonlijkheid aan de tradities van voorouders en klan".

Weinig broederlijk, als je het mij vraagt.

Het zou pas in 1973 zijn, na het eerder in ruste gaan van L'Ere Nouvelle, en deze loge, met de medewerking van meerdere Congolese Broeders, opnieuw werd opgericht, dat de Tempel zich dan ook opent voor Johnny Adolf.

In 1959 komt de kwestie van het opnemen van Congolezen in de loge weer aan de orde. Weer wordt er een negatief besluit genomen, deze keer omdat, en ik citeer: "de Vrijmetselarij niet beschikt over de middelen om de betrokkenen te verdedigen tegen vervolgingen door onze tegenstanders. Er kan slechts aan inwijding worden gedacht als de toestand stabiel is. Vandaag een Congolees inwijden, kan hem, in de huidige situatie, moeilijkheden bezorgen."

Toen de eerste onlusten in 1959 uitbraken was de Vrijmetselarij weeral kop van jut. De toenmalige CVP-minister Van Hemelrijck (“what is in a name”, zei Shakespeare) achtte niet alleen de Congolese nationalistische Abako-partij verantwoordelijk, maar hij verdenkt ook de geheime genootschappen, bedoeld werd uiteraard de Vrijmetselarij, een rol te hebben gespeeld in de opstanden. Hij had het hierbij gemunt op de universiteit in Elisabethstad, die hij als een maçonnieke realisatie beschouwde.

Sommige Broeders verloren hierdoor zelfs hun betrekking.

De houding van Van Hemelrijck werd door zijn opvolger August De Schrijver herroepen. Hij dankte zelfs de Belgische maçonnerie voor de medewerking aan het proces van de dekolonisatie.

Congo onafhankelijk

Na de onafhankelijkheid breken de bekende onlusten uit. België stuurt paratroepen om de Belgen te ontzetten en te repatriëren.

De grootste bekommernis van de Belgische Vrijmetselarij bestond er toen in om de gerepatrieerde Broeders op te vangen, te steunen en te helpen, zoals het goede Vrijmetselaars betaamt.

Na het aan de macht komen van Mobutu in 1965 en de zaïrisering van het land in 1971 werd de Vrijmetselarij verboden. Dit verbod werd geofficialiseerd door de Ordonnantie van 28 juli 1971.

Door tussenkomst van Grootmeester Pierre Burton van het Grootoosten, die zelf de hulp inriep van ministers die tot de orde behoorden, werd op 26 april 1972 een Ordonnantie ondertekend door Mobutu die het woord Franc-Maçonnerie schrapt uit de lijst van verboden organisaties.

De Vrijmetselarij in Zaïre nam alzo een nieuwe start.

Het aantal Vrijmetselaars in het huidige Congo kan moeilijk achterhaald worden. Naargelang de bron zouden er het slechts 300 à 400 zijn, en dit op een totale bevolking van 75 miljoen. Dit is een niet officiële schatting die in 2013 werd gedaan door de CIA. Voor hoever schattingen van een duistere organisatie als de CIA als maatstaf kan dienen moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken.

Cynisch wordt daarbij vermeld dat door het grote aantal aidsdoden er een kleinere bevolkingsgroei is, het kindersterftecijfer groter is en de levensverwachting lager is dan in eerste instantie verondersteld kan worden.

De laatste officiële telling van 1 juli 1984 spreekt over bijna 30 miljoen inwoners.

Conclusie.

Indien de Tempel der Mensheid enkel in Congo, of uitgebreid in Afrika moest gebouwd worden, dan vrees ik dat zelfs de fundamenten nog niet helemaal klaar zouden zijn.

Dat heeft niet alleen met de Congolezen te maken, maar ook met het feit dat Belgische Broeders in het verleden verzuimd hebben om gekleurde profanen toe te laten in de Tempel.

Maar toch hebben de Vrijmetselaars in Congo meerdere verwezenlijkingen op hun naam staan, maar het zou mij in het kader van dit bouwstuk te ver leiden om er gedetailleerd over te vertellen.

Zelfs de Congolese vlag heeft een maçonniek element, nl. het pentagram.

Dit gezegd zijnde kom ik terug bij mijn grootste hoop en ook mijn grootste bekommernis t.o.v. de mensheid: RECHTVAARDIGHEID voor iedereen op deze wereld (en ik schrijf dit hier bewust met hoofdletters).

Vrijheid is rechtvaardig. Congolezen waren niet vrij.

Gelijkheid is rechtvaardig. Congolezen waren niet gelijk, noch aan elkaar, noch aan de Belgische kolonisatoren.

Broederlijkheid dient om rechtvaardige Vrijheid en Gelijkheid te bewerkstelligen. Broederlijkheid moest in de eerste plaats van de blanken komen, maar die kwam er niet, enkele individuele gevallen uitgezonderd.

In Belgisch-Congo was en is er helaas nog steeds geen van deze verlichte denkbeelden aanwezig.

Individuele Broeders deden soms wel hun best en hanteerden naar best vermogen hun werktuigen, maar de algemene tendens werd bepaald door katholiek paternalisme en erger nog, door economische en politieke onderdrukking.

Een algemene morele maatstok was onbestaande.

De rechtlijnigheid van de winkelhaak werd niet gevolgd, evenmin als de rechtvaardigheid van het schietlood.

Ik zal Congo nooit bezoeken. Reizen zit mij niet in het bloed. Honkvast als ik ben, neem ik genoegen met binnenlandse reizen, en dan nog in hoofdzaak in het teken van het Vrijmetselaarsschap. Ik heb zelfs het sterke vermoeden dat ik aan reisangst lijd. Van een eerder lichte vorm van agorafobie weet ik het wel zeker.

Dat neemt echter niet weg dat ik geen oog zou hebben voor menselijke rechtvaardigheid waar ook Congolezen naar snakken, maar waar ze na meer dan 50 jaar onafhankelijkheid nog steeds van verstoken blijven. Congo blijft helaas in de ban van mensenrechtenschendingen, onderdrukking en ongebreidelde corruptie.

Mijn reizen zijn vooral mentaal. In mijn gedachten reis ik de hele wereld rond.

Dat is voor mij even belangrijk als de werkelijke reizen die anderen ondernemen.

Ik bevind mij dikwijls in gedachten in die gebieden waar op zijn minst morele steun broodnodig is. Via het internet geef ik dan ook dikwijls mijn morele steun, zoals aan de onnoemelijk lijdende Syrisch bevolking, en sinds kort ook aan de opstandelingen in Kiev die door de politie die hen zou moeten beschermen onder vuur werden genomen. Waar onderdrukking heerst, reizen mijn gedachten naartoe.  Op die bescheiden manier beoefen ik de Maçonnieke Broederlijkheid over alle grenzen heen.

Maar ik en alle gewone burgers met mij staan machteloos tegenover die machthebbers die geen enkele zier van medeleven of mededogen voelen met hun eigen bevolking. Een steunbetuiging via het internet kan dan wel een hart onder de riem steken, maar biedt helaas verder geen soelaas.

Congo, Syrië, Oekraïne, Afghanistan, Jordanië, Palestina, Noord-Korea, Pakistan, Iran, Irak, Soedan, De Centraal-Afrikaanse republiek……………….. de lijst is lang, te lang.

Een Vrijmetselaarshart zou voor minder bloeden.
 
B Walther B.